Therapie

Het is de vraag of bij enuresis nocturna therapie nodig is, daar de prognose op de lange termijn goed is. Men zou zich er daarom toe kunnen beperken de ouders te verzekeren dat hun kind er wel overheen zal groeien. Met treffende eenstemmigheid wordt deze optie van principieel afwachten in de literatuur afgewezen. Reden daarvan zijn de problemen die persisterende enuresis nocturna oplevert voor ouders en kind.
Afhankelijk van het kind en de gerezen problemen, begint therapie voor enuresis nocturna interessant te worden vanaf 6 jaar, als de motivatie voor het kind zelf duidelijk wordt.

Enuresis nocturna gaat gepaard met ongemak voor de betrokkene en zijn of haar omgeving, en kan zelfs leiden tot een ernstige verstoring van het gezinsleven. Hoe ouder het kind wordt, hoe minder het bedplassen wordt geaccepteerd en des te groter de kans op gedragsproblemen. Door het vermijden van logeren en van schoolkampen wordt de sociale omgeving van het kind nadelig beÔnvloed, en loopt het kans geÔsoleerd te raken.
Goede therapie is niet gericht op de enuresis van het kind, maar op het kind met enuresis nocturna. Een kind dat er zelf niet mee zit, moet (en kan) men dan ook niet behandelen. De motivatie van het kind, en van de ouders, is de belangrijkste voorwaarde voor succes.

Een aantal algemene therapeutische principes van iedere therapie zijn daarnaast:

  • regelmatige begeleiding
  • stimuleer actieve participatie en de verantwoordelijkheid van het kind
  • maak een behandelplan
  • prijs het kind bij resultaat, straf niet
  • verwacht niet te veel en te snel. Help het kind met succes en met teleurstellingen.

Maak het daarnaast ook weer niet te 'gemakkelijk' voor het kind. Moeder hoeft niet zelf het bed te verschonen. Laat het kind na bedplassen niet bij de ouders in bed kruipen (positieve stimulatie) en stop het kind niet vol met luiers (op beperkte indicatie door ziektekosten verzekeraar vergoed) etc.

Gewijzigd op 8-11-2001 15:46:36