Nieuw onderzoek toont aan dat kinderen die in bed plassen lijden aan verstoorde hersenfunctie, slaap-/waakstoornissen en blaasstoornis.

SHATIN, Hong Kong, 30 november 2007 – Kinderen die lijden aan bedplassen, ook wel bekend als Primary Nocturnal Enuresis (PNE) [primaire enuresis nocturna], lijden aan verstoorde hersenfunctie, slaap-/waakstoornissen en blaasstoornis volgens nieuwe resultaten die eind 2007 zijn aangekondigd door de International Children’s Continence Society (ICCS) aan de vooravond van de World Children Bedwetting Day (1 december) [werelddag van kinderen met enuresis nocturna]. Deze functies kunnen echter met de juiste behandeling aanzienlijk worden verbeterd. Het is daarom zorgwekkend dat bijna de helft van de ouders het probleem negeert, in de hoop dat het vanzelf verdwijnt. 1

Over een periode van negen jaar werden in drie studies met 264 kinderen die in bed plassen uit Hong Kong vergeleken met kinderen die niet in bed plassen om verschillen te beoordelen in slaapkwaliteit, de werking van het centraal zenuwstelsel en de cognitieve prestaties.

Bedplassen wordt van oudsher geassocieerd met diepe slaap, maar nieuw onderzoek duidt op iets anders. In de eerste studie 2 werden slaappatronen van kinderen die in bed plassen (35 kinderen) vergeleken met kinderen die niet in bed plassen (21 kinderen met overeenstemmende leeftijd). De kinderen werden gemonitord met behulp van polysomnografie van de nachtelijke slaap en continue blaasmonitoring.

De resultaten suggereren dat kinderen die in bed plassen een mindere slaapkwaliteit hebben vergeleken met kinderen die niet in bed plassen. Diepe slaap kwam aanzienlijk minder voor (p<0,05) en lichte slaap kwam meer voor bij kinderen die in bed plassen (p<0,01). Bedplassende kinderen worden gewekt door frequente blaasactiviteiten en hebben daardoor last van een verstoorde en lichte slaap, slaapfragmentatie en slaapdeprivatie. Paradoxaal genoeg hebben zij een hoge wekdrempel, waardoor het voor hen moeilijker is wakker te worden. Bovendien was hun nachtelijke blaascapaciteit aanmerkelijk verminderd tot 44% van de verwachte capaciteit voor hun leeftijd.

In de tweede studie 3 werd onderzocht of bedplassende kinderen (52 kinderen) leden aan verstoringen van de werking van hun centraal zenuwstelsel vergeleken met niet-bedplassende kinderen (15 kinderen met overeenstemmende leeftijd). Er werden tests uitgevoerd op de hersenstamfunctie van de kinderen. Er werd gekeken of een reflexreactie op een sterkere prikkel – drang tot urineren – wordt tegengehouden door een zwakkere prikkel – waarbij de hersenen de blaas het signaal geven zich niet te legen.

Uit de resultaten blijkt dat bedplassende kinderen aanzienlijk verstoorde hersenstamfuncties hebben, (<0,005) vergeleken met niet-bedplassende kinderen.

Onderzoek waarbij gebruik werd gemaakt van gebeurtenisgerelateerde potentialen test, die wordt gebruikt om vertragingen in de cognitie op te sporen, toonde aan dat bedplassende kinderen langere vertragingen in de cognitie hadden en aan meer cognitieve stoornissen leden (<0,005).

Voor de behandeling worden de hersenstamfuncties van bedplassende kinderen aangetast, wat leidt tot een verstoorde werking van de blaas, slaap- en wekdrempel. Na de juiste behandeling, behaalden deze echter genormaliseerde resultaten vergeleken met niet-bedplassende kinderen.

In de derde studie 4 werden de cognitieve prestaties van bedplassende kinderen onderzocht (95 kinderen) met die van niet-beplassende kinderen (46 kinderen met overeenstemmende leeftijd).

Met behulp van vier sleuteltests, werden de kinderen beoordeeld op hun intelligentiescore, gerichte en verschoven aandacht, kortetermijn- en langetermijngeheugen, leersnelheid, verwerkingssnelheid en reacties.

Bedplassende kinderen presteerden slechter in deze tests dan niet-bedplassende kinderen, en vertoonden in het algemeen verstoorde cognitieve prestaties.

Zes maanden succesvolle combinatiebehandeling bestaande uit medicatie van desmopressin en urotherapie (die erop gericht is de onderliggende blaasstoornis te corrigeren), resulteerden echter in aanzienlijke verbeteringen met normalisatie van slaapstoornissen, hersenstamfuncties en betere cognitieve prestaties.

Professor C. K. Yeung, voorzitter van de International Children’s Continence Society

(ICCS) en hoofdonderzoeker van de bovenstaande studies, lichtte toe: ‘Deze studies hebben geleid tot een baanbrekend inzicht in nachtelijke enuresis en we weten nu dat er een blaas-hersenendialoog bestaat waarin de blaasstoornis kan leiden tot slaapstoornissen, aanzienlijke verstoring van de functies van het centraal zenuwstelsel en cognitieve prestaties. Belangrijker nog is dat alle bovenstaande parameters kunnen worden gecorrigeerd en aanzienlijk worden verbeterd na een correcte diagnose en succesvolle behandeling die gericht is op de onderliggende blaasstoornis. Hierdoor zal het welzijn van enuretische kinderen enorm verbeteren.’

Bedplassen is de onwillekeurige lozing van urine tijdens de slaap, die voorkomt bij kinderen boven de vijf jaar en in afwezigheid van defecten aan het centraal zenuwstelsel. 5 Bedplassen is een algemeen verschijnsel, dat wereldwijd vergelijkbare prevalentiecijfers vertoont. Het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes en als het niet wordt behandeld, lijdt 16% van alle 7-jarigen hier nog steeds aan. 6 In Europa lijden meer dan vijf miljoen kinderen aan bedplassen. 7 Het is een misvatting dat kinderen over bedplassen heen groeien, er bestaan volwassenengegevens die het tegendeel aantonen.

Studies uit Hong Kong tonen aan dat 2,5% tot een leeftijd van 40 jaar nog steeds lijdt aan de aandoening, waarvan meer dan 50% wekelijks drie keer of vaker in bed plast.

Ouders ontberen kennis en begrip van bedplassen, ook al is dit een chronische medische toestand. Bijna de helft van de ouders negeert het probleem 1 , terwijl bijna een derde wacht met actie ondernemen totdat het kind minstens vijf keer per week in bed plast 1 . Bovendien denkt 80% ten onrechte dat stress en angst de belangrijkste oorzaken zijn voor bedwateren bij kinderen 1 .

In werkelijkheid is bedplassen een aandoening die effectief en permanent behandeld kan worden.

De International Children’s Continence Society (ICCS)

Het fundamentele doel van de ICCS bestaat eruit de kwaliteit van leven en de levensverwachting te verbeteren van alle opgroeiende individuen met een gebrekkige blaasfunctie, die tot uiting komt als problemen met het vasthouden en lozen van urine. De ICCS streeft ernaar dit doel te benaderen door de kennis van dit probleemgebied in alle opzichten te vergroten.

Verwijzingen



1 BRMB International survey, 2002

2 Yeung C K et al. Increased cortical arousal and light sleep in children with severe bedwetting: Evidences of a bladder-brain dialogue. Ter publicatie in New England Journal of Medicine (NEJM)

3 Yeung C K. Bladder dysfunction, sleep disturbances and CNS function impairment in children with severe nocturnal enuresis: Evidences of a ‘bladder-brain dialogue’. Ter publicatie.

4 Yeung C K et al. Data presented at the ICCS course and International Enuresis Symposium, Hong Kong.

November 30 - December 2, 2007. Ter publicatie.

5 Nijman R M et al. Conservative management of urinary incontinence in childhood. In: Abram P et al. Incontinence.

2nd International Consultation on Incontinence. Health Publications Ltd, 2002; 515-551. Medegesponsord door de WGO

6 Alspac, Butler et al 2005, BJU; 96: 404-410

7 www.ferring.co.uk/index.php?option=com_content&task=view&id=19&Itemid=39

Gewijzigd op 14-5-2008 09:54:02