Epidemiologie

Op 6-jarige leeftijd plast ongeveer 12% van de kinderen nog in bed. Dat betekent dus 3 ŗ 4 van de 30 kinderen in een schoolklas. Van dezelfde 30 kinderen zijn er op 8-jarige leeftijd nog twee 's nachts niet droog.
Jaarlijks houdt ongeveer 15% van de kinderen met enuresis nocturna spontaanop met bedplassen. Uiteindelijk blijft 1 tot 2% van de kinderen het probleem houden tot ze volwassen zijn en vaak zelfs hun leven lang. Bij jongens komt het meer voor dan bij meisjes (verhouding 3 : 2).
Bedplassen komt bij allochtone kinderen vaker voor dan bij Nederlandse kinderen.Volgens een onderzoek van Cheng in Rotterdam zelfs 2-4 keer zo vaak bij schoolkinderen van 4-12 jaar uit diverse etnische groepen.
Primaire enuresis maakt 85% uit van de gevallen bij jonge kinderen. Dit percentage daalt met de leeftijd. Secundaire enuresis wordt nogal eens gezien in de groep van 7- tot 10-jarigen, na bepaalde gebeurtenissen als de start van het schooljaar, gezinsproblemen of ziekenhuisopname.
Het onderscheid tussen primaire en secundaire enuresis wordt vaak niet meer gemaakt. Het is een anamnestisch gegeven zonder verdere consequenties voor verder onderzoek of behandelkeuze.
Kinderen met enuresis diurna hebben in meer dan de helft van de gevallen tevens een enuresis nocturna. Andersom heeft slechts ongeveer 8% van de kinderen met enuresis nocturna ook problemen overdag. Kwantitatief speelt het bedplassen 's nachts dus een veel grotere rol.
Bij enuresis diurna is de kans op onderliggende somatische problematiek groter dan bij enuresis nocturna. Hier moet men dan ook eerder spreken van incontinentie dan van enuresis.
Met name bij meisjes met enuresis diurna kan er sprake zijn van de gevolgen vanrecidiverende urineweginfecties (aandrangsyndroom, overloopblaas, instabiele blaas). Van een zuivere enuresis (urodynamisch normale mictie) is dan geen sprake. Naar u.w.i.'s in het verleden moet dus altijd gericht worden gevraagd.
Enuresis nocturna heeft een sterk familiaire component: ongeveer 50% van de bedplassende kinderen heeft een ouder, die in de jeugd enuresis nocturna had.
In de huisartspraktijk worden vooral de wat oudere kinderen (9 tot 14 jaar) gezien. Ongeveer 8 per 1000 jongens en 6 per 1000 meisjes in die groep zijn bij de huisarts bekend met enuresis.

Gewijzigd op 6-11-2001 15:13:56