Diagnostiek

Na een anamnese die wijst op een ongecompliceerde enuresis nocturna, levert een lichamelijk onderzoek meestal weinig op. Toch wordt aangeraden om dit simpele en weinig tijdrovende onderzoek uit te voeren; al was het maar om vergissingen uit te sluiten en ter bevestiging dat 'alles normaal is'.

Het lichamelijk onderzoek omvat:

  • inspectie meatus externa, buik en anus
  • sensibiliteit (met wattestokje of spatel) van het perineum
  • percussie van de blaas en palpatie van de nieren
  • (evt.) meten van de bloeddruk

Het urine-onderzoek bestaat uit bepaling van eiwit, glucose en het aantonen van een ontsteking (stick of sediment).

Indien uit anamnese, lichamelijk onderzoek en urine-onderzoek geen verontrustende gegevens zijn gekomen, is er sprake van een ongecompliceerde enuresis nocturna. In deze groep komen organische aandoeningen niet vaker voor dan in de doorsneebevolking. Mede daarom is aanvullend onderzoek niet nodig.
Medicalisering van enuresis nocturna door onnodig aanvullend onderzoek geeft problemen in de vorm van onzekerheid bij de arts en vooral het kind, waardoor een gerichte behandeling moeilijker wordt. Daarnaast is er het kostenaspect.

Casus

In een enquÍte naar het diagnostisch beleid van enuresis nocturna (Ned Tijdschr Geneeskunde 1991; 135, 38: 1747 - 9) werd de volgende casus aan kinderartsen, urologen en huisartsen voorgelegd:

"Een vrolijk meisje van 8 jaar is sinds haar 3e jaar overdag zindelijk, maar 's nachts nog niet; zij is praktisch elke nacht nat. De ouders hebben het tot dusver aangezien, maar komen nu op het spreekuur. Uitgebreide anamnese levert geen relevante gegevens op, evenmin als het oriŽnterend lichamelijk onderzoek."

Welk diagnostisch beleid volgt u voordat u therapie instelt ?

  1. urineonderzoek (stick en/of sediment)
  2. urinekweek, laboratorium, echografie van blaas en nieren
  3. buikoverzichtsfoto, mictiecystogram, i.v.p.
  4. verwijzen naar specialist

†26 van de 40 huisartsen beperkten zich tot de diagnostiek, zoals genoemd onder a). De overige huisartsen gingen verder, waarbij vooral de echografie hoog scoorde. Bij de kinderartsen en urologen was het beeld nog duidelijker: slechts 7 van de 45 beperkten zich!
De Zwarte Piet, zo stelt het NTvG, van het teveel aan onderzoek ligt niet alleen bij de specialisten. Huisartsen verwijzen vaak met een specifieke vraagstelling ('uitsluiting urologische afwijkingen'). De huisarts zal (misschien) niet accepteren dat het kind wordt teruggestuurd met de vermelding dat na zorgvuldige anamnese gebleken is dat nader onderzoek niet is geÔndiceerd.
Bij het vermoeden van urologische afwijkingen komen als aanvullende onderzoeken in aanmerking: echografie van nieren en blaas, zowel voor als na de mictie (uitsluiten residue) en uroflowmetrie; en voorts het plassen op een
flowmeter (uitsluiten obstructie). Beide onderzoeken zijn niet invasief en relatief goedkoop.
Het IVP, buikoverzicht en urodynamisch onderzoek hebben geen toepassing meer bij de diagnostiek van enuresis.

Gewijzigd op 19-11-2001 13:12:30